Inhoudsopgave
- 01. In het kort
- 02. Zo heb ik getest
- 03. Technische specificaties
- 04. Het ontwerp
- 05. Hoe uniek is hij nou echt?
- 06. Kan hij mee met de grote jongens?
- 07. Het uurwerk: een Sellita, maar wel een goeie
- 08. Afwerking
- 09. Draagervaring
- 10. Nauwkeurigheid
- 11. Onderhoud en water
- 12. Voor wie wel en voor wie niet
- 13. Conclusie
Een rond stalen sporthorloge met een band die naadloos in de kast overloopt. Dat beeld is bijna vijftig jaar oud, en het hoort bij horloges waar je een flinke spaarrekening voor nodig hebt: de Patek Philippe Nautilus en de IWC Ingenieur.
De Highlife van Frederique Constant speelt hetzelfde spel, voor een fractie van het geld. Ik had hem een dag om, met één vraag in mijn achterhoofd: kan hij mee met de grote jongens?
Op techniek en afwerking is het antwoord nee, en dat verbaast niemand. Maar toen ik beter naar het ontwerp keek, vond ik iets wat ik niet had verwacht. Dit is een van de weinige betaalbare horloges in dit genre die niet probeert op een ander horloge te lijken.
In het kort
Wat er goed is
- Een eigen gezicht: de wereldbol op de wijzerplaat en een ronde kast zonder schroeven of oren
- COSC-chronometer: getest op een nauwkeurigheid van min vier tot plus zes seconden per dag
- Negenendertig millimeter en ruim tien millimeter dik, een maat die bijna iedereen past
- Wisselsysteem: van staal naar leer in seconden, en de tweede band zit er gewoon bij
- Een ontwerp dat bestaat sinds 1999, dus geen trendvolger
Wat er niet goed is
- Achtendertig uur gangreserve
- Het uurwerk is een Sellita met een eigen naam, geen eigen kaliber
- De afwerking haalt het niet bij de horloges waar hij mee vergeleken wordt
- Het witte datumvenster breekt de rust van de zwarte wijzerplaat
Mijn oordeel: Hij kan niet mee met de Nautilus of de Ingenieur, en dat hoeft ook niet. Wat hij wel heeft, is meer eigenheid dan vrijwel elke betaalbare concurrent in dit genre.
Frederique Constant Highlife FC-303BBG3NH6B
Zo heb ik getest
Ik werk altijd hetzelfde. Ik loop een winkel binnen, vertel dat ik een horlogeplatform heb, en vraag of ik het horloge een dag mag dragen. Meestal is dat geen probleem. Na vierentwintig uur maak ik de balans op en breng ik hem terug.
Deze keer de Highlife Automatic COSC met zwarte wijzerplaat op stalen band, referentie FC-303BBG3NH6B.
Een Nautilus of een Ingenieur heb ik daar niet naast gedragen. De vergelijking hieronder gaat over wat die horloges zijn, niet over een dag om mijn pols. Dat zeg ik er eerlijk bij.
Wat ik niet kan beoordelen: hoe de kast en de band er na twee jaar uitzien. De gangafwijking meet ik bij een automaat wel, want tien of twintig seconden per dag zie je binnen een dag.
Ik krijg geen horloges van merken en ik doe geen betaalde plaatsingen.
Waarom de Highlife?
Frederique Constant is een jong merk naar Zwitserse maatstaven. Het werd in 1988 opgericht door het Nederlandse echtpaar Peter Stas en Aletta Stas-Bax, en groeide uit tot een van de bekendste betaalbare Zwitserse merken.
De Highlife kwam er in 1999, met een geïntegreerde band die je kon verwisselen. Dat is het belangrijkste wat je over dit horloge moet weten: het is geen merk dat in 2021 op de golf van geïntegreerde sporthorloges meesprong. De collectie verdween een tijd en kwam in 2020 terug, net op het moment dat de markt erom vroeg. Toen kwam ook de eerste Highlife met een chronometercertificaat, en dat was meteen het eerste COSC-horloge dat het merk ooit maakte.
Sinds 2016 is Frederique Constant bovendien eigendom van Citizen. Datzelfde Citizen maakt de Tsuyosa, ook een horloge met een geïntegreerde band. Je kunt dus bij één Japans concern twee versies van hetzelfde idee kopen, in twee compleet verschillende prijsklassen. Meer over Citizen als uurwerkfabrikant lees je op mijn Miyota-overzichtspagina.
Technische specificaties
Dit zijn de gegevens van de FC-303BBG3NH6B volgens Frederique Constant zelf.
Het ontwerp
Dit is het deel van de review waar ik het meest over heb nagedacht, en waar dit horloge mij het meest verraste.
Elk groot geïntegreerd sporthorloge heeft een handtekening. Iets waaraan je het van een meter afstand herkent, ook zonder logo. Bij de Royal Oak is dat de achthoekige lunette met acht schroeven en de wijzerplaat met kleine vierkantjes. Bij de Nautilus zijn het de oren aan de zijkant van de kast en de horizontale lijnen op de wijzerplaat. Bij de nieuwe Ingenieur zijn het vijf schroeven in de lunette en een wijzerplaat met een rasterpatroon.
Wat opvalt aan veel betaalbare horloges in dit genre, is dat ze zo’n handtekening lenen. Een hoekige lunette hier, een gestreepte wijzerplaat daar. Dat werkt, maar het maakt ze ook altijd de goedkopere versie van iets anders.
De Highlife doet dat niet. En dat zie je op drie plekken.
De wijzerplaat heeft een wereldbol. In het midden zit een wereldbol in reliëf, met lengte- en breedtegraden die je ziet zodra er licht op valt. Op deze zwarte uitvoering is het subtiel: van een afstand zie je een rustige zwarte wijzerplaat, van dichtbij komt de bol tevoorschijn. Het is een patroon dat bij geen enkel ander horloge in dit genre hoort, en dat is precies het punt. Het is gestempeld en geen handwerk, net als bij vrijwel alle horloges in deze prijsklasse, maar het is wel een eigen keuze.
De indexen raken de bol. Dit is het detail waaraan je ziet dat er over is nagedacht. De opgelegde indexen zijn langgerekt en lopen vanaf de rand naar binnen tot ze precies de buitenrand van de wereldbol raken. Daardoor voelen indexen en patroon als één geheel in plaats van twee losse ideeën op dezelfde plaat.
De kast heeft niets van een ander. Een ronde, gepolijste lunette. Geen schroeven, geen hoeken, geen oren. Het is de meest ingetogen kast in het hele genre, en juist daardoor de minst afgeleide. Waar een Aikon klauwen heeft en een PRX een tonvorm, heeft de Highlife gewoon een cirkel die naadloos in de band overgaat.
Daarbovenop komen twee kleinere keuzes die het horloge karakter geven. Het woord chronometer staat in rood op de wijzerplaat, het enige kleuraccent op het hele horloge, en net genoeg om te laten zien dat er iets bijzonders in zit. En de band heeft schakels in de vorm van een H, met gepolijste middenstukken tussen geborstelde buitenkanten. Dat geeft de band een eigen ritme in plaats van het gebruikelijke rijtje van drie.
Waar het ontwerp niet helemaal klopt. Het datumvenster op drie uur heeft een witte achtergrond. Op een witte of lichte wijzerplaat valt dat weg. Op deze zwarte uitvoering is het een wit vlekje in een verder volledig donkere wijzerplaat, en het is het enige element dat de rust verstoort. Een zwarte datumschijf had dit ontwerp afgemaakt.
Hoe uniek is hij nou echt?
Laat ik eerlijk zijn: een rond stalen horloge met een geïntegreerde band is nooit volledig origineel meer. Gérald Genta tekende in de jaren zeventig zowel de Royal Oak als de Nautilus en de Ingenieur SL, de versie waar de huidige Ingenieur op teruggaat, en sindsdien leeft elk horloge in dit genre in zijn schaduw.
Binnen dat genre staat de Highlife er wel opvallend goed voor. Zet hem naast de betaalbare concurrentie:
| Horloge | Handtekening | Waar het vandaan komt |
|---|---|---|
| FC Highlife | Wereldbol, ronde lunette zonder schroeven | Eigen collectie uit 1999 |
| Tissot PRX | Tonvormige kast, wafelpatroon | Eigen ontwerp uit 1978 |
| Maurice Lacroix Aikon | Zes klauwen op de lunette | De eigen Calypso, maar lijkt sterk op de Royal Oak |
| Citizen Tsuyosa | Gepolijste lunette, loepje boven de datum | Leunt op de Oyster-vormtaal |
Alleen de PRX en de Highlife kunnen zich beroepen op een eigen ontwerp uit hun eigen archief. Van die twee is de Highlife de rustigste en de PRX de opvallendste. De Aikon en de Tsuyosa zijn goede horloges, maar je ziet direct waar ze naar verwijzen.
Dat maakt de Highlife geen revolutionair ontwerp. Het maakt hem wel een horloge waarvan je niet het gevoel hebt dat je de goedkopere versie van iets anders draagt. En in dit genre is dat zeldzamer dan je zou denken.
Kan hij mee met de grote jongens?
Dan de vraag waar deze review mee begon.
| FC Highlife | IWC Ingenieur 40 | Patek Nautilus | |
|---|---|---|---|
| Uurwerk | Sellita-basis met eigen naam | Eigen kaliber | Eigen kaliber, met de hand afgewerkt |
| Gangreserve | 38 uur | 120 uur | 35 tot 45 uur |
| Nauwkeurigheid | COSC | Fabrieksnorm | Eigen keurmerk, strenger dan COSC |
| Handtekening | Wereldbol | Vijf schroeven, raster | Oren aan de kast, horizontale lijnen |
| Diameter | 39 mm | 40 mm | 41 mm |
| Prijs ten opzichte van de Highlife | Uitgangspunt | Ruwweg zes à zeven keer zo duur | Tientallen keren zo duur, en vrijwel niet te krijgen |
Op het uurwerk niet. De Highlife heeft een Sellita SW200 die Frederique Constant FC-303 noemt. Een degelijk Zwitsers werkpaard, functioneel gelijk aan de ETA 2824. De IWC heeft een eigen kaliber met vijf dagen gangreserve. De Patek heeft een uurwerk dat tot op onderdelen die je nooit te zien krijgt met de hand is afgewerkt. Dat is een ander universum.
Op de afwerking niet. De Highlife is netjes geborsteld en gepolijst, met keurige overgangen. Maar bij een Nautilus is elke rand met de hand afgeschuind en gepolijst, en dat zie je zodra er licht op de kast valt.
Op maat en draaggemak wel. Negenendertig millimeter met ruim tien millimeter dikte draagt net zo vanzelfsprekend als de grote voorbeelden. Om je pols zit de Highlife in hetzelfde formaat.
Op ontwerp, op een andere manier. De grote jongens hebben de handtekening die iedereen kent, en die kun je niet kopen. Maar de Highlife heeft wel een handtekening die van hemzelf is. Dat kan ik van de meeste horloges in deze prijsklasse niet zeggen.
Op nauwkeurigheid deels. Dit is het onverwachte punt. Elk exemplaar is in Zwitserland getest op een afwijking van min vier tot plus zes seconden per dag. Op papier zit je daarmee dichter bij de grote jongens dan je op grond van het uurwerk zou verwachten.
Het uurwerk: een Sellita, maar wel een goeie
De FC-303 is een Sellita SW200 met een eigen naam. Dat is gebruikelijk: merken zonder eigen uurwerkfabriek kopen in en zetten er hun eigen nummer op. Waarom Sellita en niet ETA, leg ik uit op mijn ETA-overzichtspagina.
Wat Frederique Constant er wel bij doet, is het COSC-certificaat: elk uurwerk wordt afzonderlijk in vijf posities en bij verschillende temperaturen getest. Bij de Maurice Lacroix Aikon, met hetzelfde basisuurwerk, krijg je een betere grade met decoratie maar geen certificaat. Hier krijg je het papier dat het bewijst.
En dan de gangreserve. Achtendertig uur. Vrijdagmiddag afdoen, zondag stil, maandagochtend opnieuw instellen. In een prijsklasse waar Tissot tachtig uur levert voor veel minder geld, valt dat op. Het is de prijs van een uurwerk dat op 28.800 slagen per uur tikt en dus een vloeiende secondewijzer geeft.
Door de doorzichtige bodem zie je het uurwerk werken. Meer over automaten bij automatische horloges.
Afwerking
De kast is driedelig, met een gepolijste lunette tegen geborstelde flanken. Netjes, maar niet bijzonder: de overgangen zijn keurig, niet messcherp.
Het saffierglas is licht gebold en heeft antireflectiecoating. Je ziet weinig schittering onder lampen. Meer daarover bij saffierglas bij horloges.
Het wisselsysteem is het slimste functionele detail. Druk op twee knopjes aan het eind van de band en hij schuift uit de kast. Geen gereedschap, geen krassen. Het is ook een ontwerpkeuze: met een tweede band verandert het karakter van het horloge volledig, van sportief naar zakelijk.
Draagervaring
Negenendertig millimeter. Bol.com noemt achtendertig, Frederique Constant zelf negenendertig. Op mijn pols zat hij precies goed, kleiner dan veel geïntegreerde horloges en daardoor eleganter. Twijfel je, kijk dan bij horlogematen.
Met ruim tien millimeter dikte schuift hij onder een manchet door. Bij een sporthorloge met een stalen band is dat een prettige verrassing.
De band valt soepel om de pols en knelt niet. Naast de band van de Aikon voelt hij net iets minder vloeiend, maar hij is beter dan je bij dit geld zou verwachten.
Nauwkeurigheid
Over vierentwintig uur liep dit exemplaar ongeveer twee seconden voor. Momentopname, maar het past bij wat je van een COSC-chronometer mag verwachten.
Onderhoud en water
De Sellita SW200 is breed bekend bij horlogemakers. Onderdelen zijn verkrijgbaar en een revisie is goed te doen, al betaal je Zwitserse tarieven.
Frederique Constant geeft voor deze referentie honderd meter waterdichtheid op. Sommige dealers noemen vijftig meter, wat bij de eerdere versie van de Highlife hoorde. Wat dat verschil betekent staat bij waterdichtheid bij horloges.
Wat me wel stoort
De gangreserve. Achtendertig uur in dit segment voelt achterhaald. Het certificaat maakt veel goed, maar je stelt hem nog steeds elke maandag opnieuw in.
Het witte datumvenster. Op een wijzerplaat waar verder alles over rust en eigenheid gaat, is het de enige plek waar het ontwerp niet is doorgedacht.
Dat het een Sellita is met een eigen naam. Frederique Constant maakt bij andere modellen wel eigen uurwerken. Bij dit horloge krijg je dat niet.
En de vergelijking zelf. Dit horloge wordt verkocht in de schaduw van de Nautilus en de Ingenieur. Dat helpt bij de marketing, maar het doet het ontwerp tekort. De Highlife is het sterkst als je hem beoordeelt op wat hij zelf is.
Alternatieven Frederique Constant Highlife
| Model | Uurwerk | Gangreserve | Waarom je die zou kiezen |
|---|---|---|---|
| FC Highlife COSC | Sellita, COSC | 38 uur | Eigen ontwerp, chronometer, compacte maat en een extra band |
| Maurice Lacroix Aikon | Sellita Elaboré | 38 uur | Betere band en afwerking, maar je ziet de Royal Oak erin |
| Tissot PRX | Powermatic 80 | 80 uur | Ook een eigen ontwerp, goedkoper en dubbele gangreserve |
| Citizen Tsuyosa | Citizen 8210 | 40 uur | Zelfde concern, een fractie van de prijs |
| IWC Ingenieur 40 | Eigen kaliber | 120 uur | De echte grote jongen, in een andere prijsklasse |
De vergelijking die telt is met de Aikon. Zelfde basisuurwerk, zelfde gangreserve, zelfde segment. De Aikon wint op de band en de afwerking. De Highlife wint op maat, op het certificaat, op de tweede band, en op het feit dat je bij hem niet aan een ander horloge denkt.
De interessantste vergelijking is met de PRX. Dat zijn de twee horloges in dit segment met een echt eigen ontwerp. Wie wil opvallen, kiest de Tissot. Wie iets ingetogens zoekt met een detail dat je pas van dichtbij ziet, kiest de Highlife.
Meer over waar Frederique Constant staat tussen de andere Zwitsers lees je bij de 20 beste Zwitserse horlogemerken.
Voor wie wel en voor wie niet
Koop hem als je een geïntegreerd sporthorloge zoekt dat niet op een ander horloge lijkt. Als je een compacte maat wilt en nauwkeurigheid belangrijk vindt. Of als je één horloge zoekt dat je in tien seconden van sportief naar zakelijk verandert.
Koop hem niet als je hem koopt om op een Nautilus te lijken, want dat doet hij niet en dat gaat ook niemand denken. Ook niet als je je horloge in het weekend afdoet en maandag niet wilt instellen. En niet als een eigen uurwerk voor jou belangrijk is.
Conclusie
Kan de Highlife mee met de grote jongens? Op uurwerk en afwerking niet, en wie hem koopt als goedkope Nautilus, koopt een illusie.
Maar op één punt doet hij iets wat de meeste betaalbare horloges in dit genre niet lukt: hij heeft een eigen gezicht. Een wereldbol op de wijzerplaat met indexen die precies de rand ervan raken, een ronde kast zonder geleende schroeven of oren, en een ontwerp dat al sinds 1999 bestaat. Je draagt geen echo van een ander horloge, je draagt een Highlife.
Daarbij krijg je een uurwerk dat als chronometer is getest, een maat die beter draagt dan veel concurrenten, en een tweede band met een wisselsysteem dat zo goed werkt dat je hem echt gaat gebruiken. Alleen die achtendertig uur en dat witte datumvenster had ik anders gedaan.
Mijn advies: koop hem om wat hij is, niet om waar hij op lijkt. Want waar hij op lijkt, dat is uiteindelijk vooral zichzelf.
