Seiko 6R35 uurwerk: alles wat je moet weten

Pim Broekstra
Seiko 6R35 uurwerk

Bijna elk merk dat de afgelopen jaren zijn gangreserve opschroefde, betaalde daar hetzelfde voor: een lagere tikfrequentie, en dus een minder vloeiende secondewijzer.

Tissot deed het, Hamilton deed het, Mido deed het. Van 28.800 slagen per uur naar 21.600, en tachtig uur als beloning.

Seiko deed het anders, en dat is de reden dat dit kaliber een eigen pagina verdient. De 6R35 haalt zeventig uur uit een beter materiaal in plaats van uit een compromis.

Wat is de 6R35?

De 6R35 is Seiko’s middenklasse-automaat, geïntroduceerd in 2019. Hij zit boven de 4R-serie uit de betaalbare modellen en onder de 8L en de Spring Drive uit het topsegment.

Je vindt hem in de betere Prospex-duikers, in de Alpinist, in de duurdere Presage-modellen en in King Seiko. Kortom: overal waar Seiko iets serieuzer wordt zonder meteen in Grand Seiko-territorium te komen.

Hij verving de 6R15, een kaliber dat jarenlang de ruggengraat van Seiko’s middenklasse was.

Specificaties

  • Type: automatisch, handmatig opwindbaar, hackend
  • Frequentie: 21.600 halve slagen per uur (3 Hz)
  • Gangreserve: ongeveer 70 uur
  • Steentjes: 24
  • Diameter: 27,4 mm
  • Dikte: 5,25 mm
  • Nauwkeurigheid: fabrieksopgave van -15 tot +25 seconden per dag
  • Veer: Spron 510
  • Opwinding: Magic Lever, beide richtingen
  • Schokdemping: Diashock
  • Magnetische weerstand: 4.800 A/m (60 gauss)
  • Introductie: 2019

Hoe Seiko aan zeventig uur gangreserve komt

Hier zit het verschil met de Zwitserse aanpak, en het is subtieler dan het lijkt.

De voorganger, de 6R15, tikte al op 21.600 slagen per uur en haalde vijftig uur. Seiko had die frequentie dus allang verlaagd, jaren voordat de Zwitsers dat deden.

Wat Seiko vervolgens deed om naar zeventig uur te gaan, was niet nog een keer aan de frequentie sleutelen. In plaats daarvan stopten ze er een nieuwe veer in: de Spron 510, een legering die Seiko zelf ontwikkelt en produceert.

Die veer slaat meer energie op zonder dikker te worden. Daardoor kon Seiko twintig uur toevoegen zonder dat het uurwerk groeide en zonder dat er iets aan het loopgedrag veranderde.

Dat is precies waarom die verticale integratie waar ik het op mijn Seiko-overzichtspagina over heb, iets oplevert. Een merk dat zijn eigen veerlegeringen maakt, kan een probleem oplossen met materiaalkunde in plaats van met een compromis.

6R35 vs. 6R15

6R35 6R15 (vervangen)
Gangreserve 70 uur 50 uur
Frequentie 21.600 vph 21.600 vph
Steentjes 24 23
Afmetingen 27,4 x 5,25 mm 27,4 x 5,25 mm

Verder is er nauwelijks verschil. Zelfde architectuur, zelfde loopgedrag, zelfde afwerking. De twintig uur extra en één steentje, dat is het.

Dat brengt me op het meest gehoorde bezwaar tegen dit kaliber, en dat gaat niet over techniek maar over prijs. Horloges met een 6R35 kosten aanzienlijk meer dan de 6R15-modellen die ze vervingen, terwijl het uurwerk grotendeels hetzelfde is gebleven. Of die meerprijs terecht is, mag je zelf beoordelen.

Hoe hij zich gedraagt

Zeventig uur betekent een echt weekend. Vrijdagavond afdoen, maandagochtend omdoen, en hij loopt nog. Dat is het belangrijkste praktische voordeel ten opzichte van de 4R-serie, die het op eenenveertig uur houdt en dus zondagmiddag stilvalt.

Hij hackt en windt met de hand op. Volledig opwinden kost ongeveer vijfenvijftig slagen aan de kroon. Doorwinden als hij al vol is, kan geen kwaad volgens Seiko’s eigen documentatie.

De secondewijzer stapt zichtbaar. Zes stapjes per seconde. Kom je van een Zwitsers uurwerk op 28.800, dan valt dat op. Maar het is precies hetzelfde als bij de moderne Powermatic 80, dus binnen deze prijsklasse is het inmiddels de norm.

De rotor is merkbaar. Seiko’s Magic Lever is efficiënt maar niet stil. Je hoort en voelt hem rondgaan, al is dat minder uitgesproken dan bij de goedkopere Japanse kalibers.

Hij is fors. Met 27,4 millimeter doorsnee en 5,25 millimeter dikte is dit de 6R35 een groot uurwerk, en dat merk je aan de kast eromheen.

Nauwkeurigheid

Seiko geeft min vijftien tot plus vijfentwintig seconden per dag op. Dat is ruimer dan wat Zwitserse merken in dezelfde prijsklasse opgeven, en het is het meest bekritiseerde punt van dit kaliber.

In de praktijk lopen veel exemplaren beter dan die opgave, vaak binnen de tien seconden per dag. Maar de spreiding is groot, en je vindt online serieuze gebruikers die maandenlang veel grotere afwijkingen meten dan de fabrieksopgave toelaat.

Dat is een reëel verschil met de Zwitserse concurrentie. Een ETA of Sellita in dezelfde prijsklasse geeft strakkere marges op en levert consistenter.

Goed nieuws: dit uurwerk heeft een klassieke regelaar en is dus gewoon bij te stellen door een horlogemaker. In tegenstelling tot de moderne Zwitserse kalibers, die in de fabriek met een laser worden vastgezet en waar je eigen horlogemaker niets aan kan doen.

6R35 vs. de concurrentie

Seiko 6R35 Seiko 4R36 ETA Powermatic 80
Gangreserve 70 uur 41 uur 80 uur
Frequentie 21.600 vph 21.600 vph 21.600 vph
Opgegeven marge -15 tot +25 sec -20 tot +40 sec Strakker
Zelf bij te stellen Ja Ja Nee, laserafstelling

Die onderste regel is het meest onderschatte voordeel van dit kaliber. De Zwitserse concurrent is nauwkeuriger, maar loopt hij scheef, dan moet het horloge naar de servicedienst van het merk. Bij een 6R35 kan je eigen horlogemaker hem gewoon bijstellen.

Sterke punten

  • Zeventig uur gangreserve, genoeg voor een compleet weekend.
  • Die winst kwam uit een betere veer, niet uit een concessie in het loopgedrag.
  • Hacken en handmatig opwinden.
  • Klassiek regelbaar, dus bij te stellen door elke horlogemaker.
  • Onverwoestbaar en overal te servicen.
  • Tweerichtingsopwinding via Seiko’s Magic Lever.

Zwakke punten

  • De opgegeven nauwkeurigheidsmarge is ruim, en de spreiding tussen exemplaren is groot.
  • Horloges met dit kaliber kosten fors meer dan de 6R15-modellen die ze vervingen, terwijl het uurwerk grotendeels gelijk is.
  • Met 5,25 mm dik, wat je terugziet in de kast.
  • 21.600 slagen, dus een minder vloeiende secondewijzer dan bij klassieke Zwitserse kalibers.
  • Sobere afwerking, ook in horloges die richting de duizend euro gaan.

Onderhoud (en één waarschuwing)

Onderdelen zijn verkrijgbaar en elke horlogemaker kent de 6R-familie. Anders dan bij de instapkalibers is reviseren hier wel degelijk de moeite waard, want het uurwerk zit in horloges waar je een serieus bedrag voor betaalt.

Waarschuwing: verzet de datum nooit tussen ongeveer negen uur ’s avonds en één uur ’s nachts. In dat tijdvak staat het datummechanisme klaar om zelf om te schakelen, en er met de hand aan draaien kan onderdelen beschadigen. Wil je de datum toch aanpassen, zet de wijzers dan eerst een paar uur vooruit.

 

Mijn oordeel

De 6R35 is een goed uurwerk met een prijskaartje dat de discussie oproept.

Wat me eraan bevalt: dat Seiko de gangreserve oploste met een betere veer in plaats van met een compromis. Dat is precies wat een fabrikant die zijn eigen materialen maakt hoort te doen, en het is een fundamenteel andere aanpak dan de Zwitserse.

Waar ik kritisch op ben: die nauwkeurigheidsspreiding. Als je zeshonderd tot duizend euro voor een horloge betaalt, mag je verwachten dat het uurwerk consistent presteert, en daar levert Seiko wisselend. De brede fabrieksmarge dekt dat af, maar het lost het niet op.

En de prijsvraag. De sprong van 6R15 naar 6R35 leverde twintig uur gangreserve en één steentje op, terwijl de horloges eromheen een stuk duurder werden. Dat is niet oneerlijk, maar het is wel goed om te weten dat je vooral voor Seiko’s prijsstelling betaalt en niet voor een fundamenteel ander uurwerk.

Horloges met een 6R35 uurwerk

Uit mijn eigen reviews:

Daarnaast zit dit kaliber in de Alpinist, in de duurdere Presage-modellen en in King Seiko.

Het instapalternatief bespreek ik op de pagina over de Seiko NH35 en 4R35, de Zwitserse tegenhanger op de pagina over de Powermatic 80. Meer over de fabrikant lees je op mijn Seiko-overzichtspagina.