De beste horlogelanden ter wereld: Een wereldreis langs elf horlogelanden

Pim Broekstra
Horloges van de beste horlogelanden ter wereld

Onderzoek: september en oktober 2026. Cijfers en prijzen met bron en jaartal, peildatum 1 oktober 2026.

Twee woordjes onderaan een wijzerplaat. Kleiner dan de rest, maar ze doen meer dan het logo erboven: Swiss Made. Voor veel mensen is dat het eind van de discussie. Zwitsers is goed, de rest is “ook wel aardig”.

Ik geloofde dat zelf ook, tot ik voor WatchWatcher de afgelopen maanden een paar onderzoeken deed die steeds dezelfde kant op wezen. Het beste uurwerk ter wereld bleek Japans. Het beste Nederlandse horlogemerk staat in Friesland en won prijzen waar menig Zwitsers merk van droomt. En de beste nep-Rolex komt uit China, en is zo goed dat Rolex-personeel hem niet herkende.

Tijd voor de grote vraag. Worden de beste horloges wel écht in Zwitserland gemaakt? Mijn stelling: Zwitserland maakt niet de beste horloges, maar wel de meeste dure. Om die te toetsen, ben ik op wereldreis gegaan. Elf landen, vijf criteria, en onderweg de horloges die elk land de moeite waard maken.

Het spiekbriefje

Term In gewone woorden
Swiss Made Wettelijk beschermd label; minstens 60% van de productiekosten moet in Zwitserland liggen
GPHG De belangrijkste horlogeprijs ter wereld, jaarlijks uitgereikt in Genève; de hoofdprijs heet de Aiguille d’Or
AHCI Gezelschap van de beste onafhankelijke horlogemakers ter wereld, met 36 leden uit 16 landen
Manufactuur Een merk dat zijn eigen uurwerken maakt in plaats van ze in te kopen
Spiraalveer Het haarfijne veertje dat het tempo van een horloge bepaalt; het moeilijkste onderdeel om te maken
Verticaal geïntegreerd Alles zelf maken, van uurwerk en spiraalveer tot kast en wijzerplaat

Eerst even dit: wat staat er eigenlijk in "Swiss Made"?

Voordat we gaan reizen, moeten we weten waar we vandaan komen. Sinds 2017 mag een horloge “Swiss Made” heten als het uurwerk Zwitsers is, het horloge in Zwitserland wordt ingekast en gekeurd, de technische ontwikkeling in Zwitserland plaatsvindt en minstens 60% van de productiekosten in Zwitserland wordt gemaakt.

Dat klinkt streng. Maar die 60% gaat over kosten, niet over onderdelen. En daar zit ruimte. De Robb Report rekende voor dat een horloge dankzij het vrijhandelsverdrag met China en de manier waarop kosten meetellen, in theorie grotendeels in China gemaakt kan worden en toch “Swiss Made” mag heten. In de praktijk leveren Chinese fabrieken kasten, wijzerplaten, wijzers, saffierglas en banden aan Zwitserse merken. Zonder die onderdelen zouden veel Zwitserse instap- en middenklassehorloges flink duurder zijn.

Dat betekent niet dat Zwitsers niets voorstelt. Rolex maakt vrijwel alles zelf, tot en met een eigen goudgieterij. Patek Philippe en Jaeger-LeCoultre komen dicht bij de 100%. Het betekent wel dat “Swiss Made” iets anders zegt bij een Patek dan bij een instapmodel van €300. Onthoud dat; het komt terug.

De wereldkaart van de horlogerie

Twee cijfers zetten de verhoudingen meteen op scherp. China exporteerde in 2025 ruim 590 miljoen horloges, Zwitserland 14,6 miljoen. En toch was de Zwitserse export meer waard.

Nog eentje voor op de verjaardag: de Apple Watch verkoopt volgens Monochrome jaarlijks zo’n tien miljoen stuks méér dan de hele Zwitserse horloge-industrie bij elkaar. Zwitserland is dus geen fabriek, het is een boetiek.

Hoe ik de landen heb gekozen en gescoord

Een land doet mee als het op minstens twee onafhankelijke signalen scoort: prijzen bij de GPHG, leden in de AHCI, topresultaten op veilingen, of een plek in de top vijf horlogelanden die vakblad Monochrome in februari 2026 publiceerde. Daarnaast heb ik een paar kleinere landen meegenomen die op één punt opvallen, omdat ze stuk voor stuk een verhaal hebben dat je niet wilt missen.

Elk land kreeg op vijf punten een score van 1 tot 5:

Criterium 5 punten 3 punten 1 punt
Prestige Domineert de GPHG-hoofdprijzen en de veilingtop Categorieprijzen bij de GPHG Geen
Vakmanschap Meerdere AHCI-leden en wereldtopateliers Enkele onafhankelijken van naam Nauwelijks
Zelfstandigheid Maakt alle kritieke onderdelen zelf, tot de spiraalveer Eigen uurwerken, kritieke delen ingekocht Afhankelijk van een ander land
Innovatie Vindingen die de wereld overnam (na 1950) Eigen technische oplossingen Geen
Waarde per euro Beste mechanische horloges voor een normaal budget Redelijk Zwak of niet beschikbaar

Een land is waar een merk zit en produceert. De Fin Kari Voutilainen werkt in Zwitserland en telt dus voor Zwitserland. Frans ontwerp dat in Zwitserland wordt gemaakt, telt ook voor Zwitserland.

Zwitserland: de koning met een kleine kanttekening

De horloges: Patek Philippe, Rolex, Audemars Piguet, Vacheron Constantin, Breguet, Omega, en zo kan ik nog even doorgaan.

Eerlijk is eerlijk: aan de top is Zwitserland ongenaakbaar. De hoofdprijs van de GPHG ging in 25 jaar op één na altijd naar een Zwitsers merk. Op veilingen is het nog extremer: van alle horloges die ooit voor meer dan $1,5 miljoen werden geveild, zijn er 114 van Patek Philippe. Het record staat op naam van een Patek Philippe Grandmaster Chime, die in 2019 voor CHF 31,19 miljoen werd verkocht. Voor dat geld koop je ook een behoorlijk jacht.

Het echte geheim van Zwitserland zit alleen niet in de topmerken, maar in de onderdelen. Spiraalveren (Nivarox), stenen (Swiss Jewel), uurwerken (ETA en Sellita): de hele wereld haalt ze uit Zwitserland. Zelfs het Amerikaanse RGM, dat bijna alles zelf maakt, koopt zijn spiraalveren en stenen in Zwitserland. Dat bijna-monopolie is minstens zo belangrijk als de merken zelf.

De kanttekening? Aan de onderkant van de markt halen merken als Tissot, Longines en Swatch volgens Monochrome de Swiss Made-norm vaak net. Goede horloges, maar je betaalt ook voor dat label. Wie meer wil weten over Zwitserse merken voor elk budget, leest mijn overzicht van de beste Zwitserse horlogemerken.

Japan: de stille uitdager die alles zelf maakt

De horloges: Grand Seiko, Seiko, Citizen, Credor, Orient en de Casio F-91W.

Als Zwitserland de koning is, dan is Japan de ingenieur. Seiko geldt samen met Rolex als de enige echt verticaal geïntegreerde horlogemaker ter wereld. Volgens Monochrome maakt Seiko alles zelf: van het gehele uurwerk tot onderdelen spiraalveren, stenen, glas, en zelfs de smeerolie en de lichtgevende verf. Seiko maakte al in 1913 zijn eigen balansveren, toen veel Zwitserse merken die nog inkochten.

En dan de innovatie. In 1969 bracht Seiko de Astron uit, het eerste quartzhorloge ter wereld, dat de Zwitserse industrie bijna op de knieën kreeg. Later volgden Spring Drive, Eco-Drive van Citizen en de Citizen Caliber 0100, die tot op één seconde per jaar nauwkeurig is. Geen mechanisch horloge ter wereld komt daar ook maar in de buurt. Grand Seiko won met de 9SA5 in 2021 de prijs voor beste herenhorloge bij de GPHG. En als Seiko genomineerd wordt, wint het opvallend vaak: in 42% van de gevallen.

Het mooiste aan Japan is misschien wel de onderkant van de markt. Seiko en Orient maken volledig eigen mechanische horloges voor prijzen waar Zwitserland niet eens aan begint. En dan is er nog de Casio F-91W uit 1989, die je volgens Monochrome nieuw koopt voor ongeveer twintig euro. Het horloge van studenten, bouwvakkers en techliefhebbers. Probeer dat maar eens in Genève.

Leestip: Lees ook eens mijn onderzoek naar Seiko Mods. 

Duitsland: Glashütte en de enige Aiguille d'Or die ontsnapte

De horloges: A. Lange & Söhne, Glashütte Original, Moritz Grossmann, Nomos, Junghans, Sinn.

Weet je nog dat de hoofdprijs van de GPHG op één na altijd naar Zwitserland ging? Die ene uitzondering is Duits. In 2009 won de Lange Zeitwerk, met zijn verspringende cijfers voor uren en minuten. Lange won in totaal zes keer bij de GPHG.

Het hart van de Duitse horlogerie ligt in het stadje Glashütte, waar zo’n tien merken op loopafstand van elkaar zitten. Sinds februari 2022 is de naam wettelijk beschermd: minstens de helft van de belangrijkste productiestappen moet in Glashütte plaatsvinden. Nomos gaat veel verder en maakt tot 95% van zijn uurwerken zelf, met sinds 2014 zelfs een eigen echappement. Dat ontwikkelde het merk juist om onafhankelijk te worden van Zwitserse leveranciers. Toch kunnen volgens Quill & Pad zelfs de grootste Duitse merken niet helemaal zonder Zwitserse onderdelen.

Een leuk weetje: de vliegende tourbillon, een van de mooiste complicaties die er bestaan, werd in 1920 uitgevonden in Glashütte, door Alfred Helwig. En wie voor weinig geld veel horloge wil: Nomos verkoopt modellen met een eigen uurwerk voor minder dan $2.000. Volgens Monochrome overtreft de Duitse middenklasse de Zwitserse daarmee vaak.

Verenigd Koninkrijk: weinig horloges, gigantische namen

De horloges: George Daniels, Roger W. Smith, Garrick, Fears, Christopher Ward en Bremont.

Het VK maakt nauwelijks horloges. En toch staat een Brit op de derde plek van alle merken met veilingresultaten boven de $1,5 miljoen. George Daniels maakte zelf maar weinig horloges, maar zes daarvan gingen voor zulke bedragen weg. Zijn Space Traveller I werd in 2019 bij Sotheby’s verkocht voor $4,6 miljoen. Daniels bedacht bovendien het co-axiale echappement, dat Omega tot op vandaag in serie bouwt.

Zijn enige leerling, Roger W. Smith, werkt op het eiland Man en maakt zo’n tien horloges per jaar. Hij maakt vrijwel alles zelf, uit ruw materiaal, inclusief de kast. Alleen veren en stenen koopt hij in. Wie dat vakmanschap wil, betaalt al snel meer dan $150.000.

De Britse horloge-industrie herleeft ondertussen ook in de breedte, met merken als Garrick, Fears en Christopher Ward. Maar zelfstandig is het land niet: de kritieke onderdelen komen nog altijd uit Zwitserland.

China: van kopie naar eigen kunst

De horloges: Seagull, Hangzhou, CIGA Design, Fam Al Hut, Atelier Wen.

China is het land van het volume. Seagull maakt tot drie miljoen mechanische uurwerken per jaar, meer dan wie ook ter wereld. En China begon ooit met kopiëren: het allereerste Chinese horloge uit 1955, de Wuxing, was gebaseerd op een eenvoudig Zwitsers uurwerk. Ook het Shanghai A581, het eerste massaproductiehorloge van het land, was op een Zwitsers ontwerp gebaseerd.

Maar wie China alleen als kopieermachine ziet, mist het mooiste verhaal. Neem de Seagull 1963. In 1961 kreeg de horlogefabriek in Tianjin een geheime opdracht: “Project 304”. Chinese gevechtspiloten waren afhankelijk van buitenlandse chronografen, en dat moest anders. Met beperkte middelen bouwde een klein team de eerste militaire Chinese chronograaf. In 1963 waren de eerste exemplaren klaar. Vandaag is de Seagull 1963 een van de bekendste betaalbare chronografen ter wereld, met het ST19-uurwerk dat ook door westerse microbrands wordt gebruikt.

En China klimt. Inmiddels zijn er vier Chinese leden van de AHCI. In 2025 won het Chinese Fam Al Hut de Audacity Prize bij de GPHG. Seagull bracht de eerste betaalbare Chinese rattrapante uit, voor $3.499, waar de meeste andere boven de $10.000 beginnen. En een microrotoruurwerk van Hangzhou zit in de Franse Baltic MR01 van zo’n €600. Volgens Monochrome zou zo’n uurwerk buiten China voor die prijs onmogelijk zijn.

Zijverhaal: de schaduwkant van het Chinese vakmanschap

Er is ook een kant van de Chinese horlogerie waar ik niet omheen kan. In mijn onderzoek naar Rolex-superclones bleek dat de beste namaakhorloges ter wereld in Chinese fabrieken worden gemaakt. Fabrieken met namen als Clean en VSF, zonder adres en zonder website, maar met miljoenen aan investeringen in gereedschap, gekloonde Rolex-uurwerken en lasergeëtst glas. Ze bieden klantenservice, kwaliteitscontrole per exemplaar, en zelfs gratis vervanging als de douane je pakketje onderschept.

Het resultaat: een superclone van $500 die Wired-redacteur Jeremy White ongemerkt in de Rolex-boutique aan Old Bond Street liet inkorten.

Dat zegt iets ongemakkelijks. Het vakmanschap om een Rolex-uurwerk zo na te maken dat er originele onderdelen in passen, is enorm. Dat het voor namaak wordt ingezet, is merkinbreuk en voor de koper een gok. Maar het laat ook zien wat er technisch mogelijk is. Hetzelfde land levert de beste kopieën ter wereld én een GPHG-winnaar. Dat zijn geen tegenstellingen; het is een industrie die heel snel heel goed wordt. De vraag is alleen in welke richting dat talent gaat. Steeds vaker kiezen Chinese makers voor hun eigen ontwerpen en hun eigen naam, en dat is precies het verhaal dat Japan in de jaren zestig ook schreef.

Frankrijk: het land van het ontwerp

De horloges: Yema, Pequignet, en Cartier, Hermès en Bell & Ross (in Zwitserland gemaakt).

Frankrijk heeft een rijke horlogegeschiedenis. Abraham-Louis Breguet, een Zwitser, vond de tourbillon uit in zijn werkplaats in Parijs. Maar vandaag laten de bekendste Franse merken hun horloges in Zwitserland maken. Morteau, de thuisbasis van Yema, ligt maar dertig minuten van La Chaux-de-Fonds. Dan is de verleiding groot.

Er zijn uitzonderingen. Pequignet maakt met de Calibre Royal eigen uurwerken op hoog niveau, en Yema heeft eigen uurwerken, tot en met een microrotor en een tourbillon. Maar als land is Frankrijk vooral sterk in vormgeving, niet in de productie zelf.

Nederland: klein, maar met wereldklasse

De horloges: Christiaan van der Klaauw, Grönefeld, Machiel Hulsman, Holthinrichs.

Dit kenden jullie al uit mijn eerdere onderzoek, maar het is de moeite waard om Nederland naast de grote landen te zetten. Grönefeld won drie keer bij de GPHG. Christiaan van der Klaauw is al sinds 1989 erelid van de AHCI en bouwde het kleinste mechanische planetarium ter wereld. En Machiel Hulsman maakt als enige Nederlander bijna elk onderdeel van zijn horloges zelf.

Waar Nederland zwak scoort: zelfstandigheid en waarde. De meeste merken kopen hun uurwerken in, en onder de €1.000 vond ik geen enkel merk dat echt in Nederland wordt gemaakt.

Leestip: lees ook m’n artikel over de beste Nederlandse horlogemerken.

Rusland: zelf je spiraalveren maken

De horloges: Raketa, Vostok, Konstantin Chaykin.

Rusland is de grootste verrassing van deze reis. De Petrodvorets-fabriek in Sint-Petersburg werd in 1721 gesticht door Peter de Grote en is daarmee de oudste nog werkende fabriek van het land. Na de ruimtevlucht van Joeri Gagarin in 1961 kregen de horloges de naam Raketa. En hier komt het: Raketa is een van de weinige horlogemakers ter wereld die zijn eigen spiraalveren maakt, op de ouderwetse manier, zonder computergestuurde machines. Volgens Monochrome zijn er in Zwitserland misschien een handvol merken die dat kunnen.

Dan de Vostok Amphibia uit 1967, ontworpen voor het Sovjetleger. In plaats van dure dikke kasten bedachten de ingenieurs een flexibel glas, een meegevende bodem en slimme afdichtingen. Resultaat: tot 200 meter waterdicht, voor een fractie van de prijs van westerse duikhorloges. En de onafhankelijke Konstantin Chaykin ontwikkelde meer dan honderd eigen complicaties. Zijn bekendste horloge, de Joker, maakt van de wijzerplaat een grijnzend gezicht, met de maanfase als mond.

Oostenrijk: één manufactuur, twee mensen

De horloges: Habring².

Oostenrijk heeft precies één eigen uurwerk, en dat komt van een echtpaar. Richard en Maria Habring richtten Habring² op in 2004. Richard Habring ontwikkelde eerder de beroemde dubbele chronograaf van IWC. In 2014 presenteerden ze hun eigen uurwerk, de A11, het eerste dat grotendeels in Oostenrijk werd ontwikkeld en gemaakt. Het eerste horloge ermee, de Felix, kostte bij lancering €4.450. Voor een eigen uurwerk met handafwerking is dat bijna absurd weinig. Habring² won meerdere keren bij de GPHG, onder meer twee Petite Aiguilles.

Verenigde Staten: de comeback van een gevallen reus

De horloges: RGM, J.N. Shapiro.

Ooit waren de VS een van de grootste horlogelanden ter wereld, met merken als Hamilton, Waltham en Elgin. In 1969 stopte Hamilton met de productie van uurwerken in Amerika. Daarna bleef het stil, tot Roland Murphy van RGM in 2007 het kaliber 801 presenteerde: het eerste Amerikaanse serie-uurwerk sinds 1969. Het is voor 90% Amerikaans; de spiraalveer en stenen komen uit Zwitserland. RGM maakt ook de enige Amerikaanse serietourbillon, voor $125.000.

En dan is er Josh Shapiro, een voormalig geschiedenisleraar die met handgesneden guillochéwijzerplaten begon. Zijn Infinity Pure kost $26.000. Prachtig vakmanschap, maar voor gewone budgetten heeft Amerika weinig eigen mechanische horloges te bieden.

India: het horloge van het volk

De horloges: HMT, Titan.

In 1961 opende HMT in Bangalore de eerste horlogefabriek van India, in samenwerking met het Japanse Citizen. Het bekendste model werd de Janata, Hindi voor “het volk”. Het werd een cadeau voor wie zijn examen haalde en een erfstuk voor de volgende generatie. HMT maakte er in totaal tientallen miljoenen horloges van, tot de fabriek in 2016 sloot.

De opvolger was Titan, opgericht in 1987. In 2002 bracht Titan de Edge uit, toen het dunste horloge ter wereld. En in 2024 presenteerde Titan zijn eerste eigen vliegende tourbillon, een primeur voor India. Datzelfde jaar werd Titan voor het eerst genomineerd bij de GPHG.

Kort langs: Finland en Italië

Finland levert met Kari Voutilainen een van de beste horlogemakers ter wereld, maar die werkt in Zwitserland en won in 2025 opnieuw een GPHG-prijs voor ambachtelijk vakmanschap. In Finland zelf werkt Stepan Sarpaneva, bekend om zijn “boze maan”: een maanfase met een gezicht dat je chagrijnig aankijkt. Er bestaat zelfs een Sarpaneva met de Moemins erop, voor €12.000. Italië heeft veel merken met Zwitserse of Aziatische uurwerken, maar met OISA 1937 ook een eigen handopwinduurwerk, de Cinque Ponti, sinds 2017 weer in productie.

Het beste horlogeland ter wereld: de uitslag

Plaats Land Prestige Vakmanschap Zelfstandigheid Innovatie Waarde Totaal
1 Zwitserland 5 5 5 4 3 22
1 Japan 3 4 5 5 5 22
3 Duitsland 4 4 3 3 4 18
4 Verenigd Koninkrijk 4 4 2 4 2 16
4 Rusland 2 3 4 3 4 16
6 China 2 3 3 3 4 15
7 Oostenrijk 3 3 2 2 4 14
7 India 2 2 3 3 4 14
9 Nederland 3 4 2 3 1 13
10 Verenigde Staten 2 3 2 2 1 10
11 Frankrijk 2 2 2 1 2 9

Zwitserland en Japan eindigen gelijk, met elk 22 punten. Maar ze komen er op totaal verschillende manieren. Zwitserland wint op prestige en vakmanschap aan de absolute top. Japan wint op innovatie en waarde per euro, en is net zo zelfstandig.

Is dat gelijkspel toeval? Ik heb het nagerekend met steeds één criterium dubbel. Telt prestige of vakmanschap zwaarder, dan wint Zwitserland. Tellen innovatie of waarde zwaarder, dan wint Japan. Bij zelfstandigheid blijft het gelijk. Er is geen weging waarin een van beide landen ruim wint. Duitsland blijft in elke variant derde.

De verrassing van de lijst is Rusland op een gedeelde vierde plek, naast het VK. Dat komt door twee dingen die je bij weinig landen vindt: eigen spiraalveren en eigen mechanische horloges voor weinig geld.

Welk land voor welk budget?

Budget Beste land Waarom Om naar te kijken
Onder €500 Japan Volledig eigen mechanische horloges voor weinig geld Seiko, Orient; ook Vostok en Seagull
€500 tot €2.000 Japan en Duitsland Eigen uurwerken waar Zwitserse merken vaak inkopen Seiko Presage, Nomos
€2.000 tot €10.000 Japan, Duitsland en Zwitserland Hier wordt het echt spannend Grand Seiko, Nomos, Habring², Zwitserse topmerken
Boven €10.000 Zwitserland, Duitsland op korte afstand Prestige, afwerking, waardebehoud Patek Philippe, Lange, Grönefeld, Roger W. Smith

Wie voor Zwitserland kiest omdat het Zwitserland is, betaalt aan de onderkant deels voor een label. Wie aan de top koopt, krijgt van Zwitserland nog steeds het beste wat er is. Wat dat kost, zie je in mijn overzicht van de duurste Rolex-horloges. En wie wil weten hoe zo’n uurwerk eigenlijk werkt, leest eerst mijn uitleg over automatische horloges.

Wat betekent dit voor de stelling?

“Zwitserland maakt niet de beste horloges, maar wel de meeste dure.”

Mijn conclusie: die stelling is maar half waar.

Aan de top maakt Zwitserland nog steeds de beste horloges ter wereld. De GPHG, de veilingen en de onderdelenketen laten daar weinig twijfel over. Maar over de hele linie is Zwitserland niet beter dan Japan. En “Swiss Made” garandeert minder dan veel kopers denken: het zegt iets over de kosten, niet over hoe het horloge gemaakt is.

Wat me na deze wereldreis het meest bijblijft, is hoe vaak de beste verhalen uit onverwachte hoeken komen. Een Russische fabriek van Peter de Grote die zijn eigen spiraalveren maakt. Een Oostenrijks echtpaar met het enige uurwerk van het land. Chinese gevechtspiloten die in 1963 eindelijk hun eigen chronograaf kregen. Een Indiaas horloge dat een generatie lang het examencadeau was. Zwitserland heeft de naam. De rest van de wereld heeft de verhalen. En steeds vaker ook de horloges.

Hoe ik dit heb onderzocht

Dit onderzoek is gebaseerd op de prijslijsten van de GPHG (2001 tot en met 2025), de AHCI, veilingoverzichten (stand december 2022), exportcijfers voor 2025, de Zwitserse en Duitse herkomstregels en een breed scala aan vakmedia, waaronder Monochrome, Quill & Pad, Revolution, Fratello en Worn & Wound. De criteria zijn vooraf vastgelegd met een vaste meetlat. Prestige, zelfstandigheid en vakmanschap zijn zo veel mogelijk op harde feiten gebaseerd; innovatie en waarde per euro bevatten ook een oordeel. De uitslag is doorgerekend met vijf verschillende wegingen. De GPHG is een Zwitserse prijs waar merken zich vrijwillig voor aanmelden; dat kan Zwitserse merken bevoordelen. Landen met te weinig gegevens, zoals Finland en Italië, zijn besproken maar niet gescoord.