Onderzoek: september 2026. Prijzen met jaartal en bron, peildatum 30 september 2026.
In 1656 bedacht een Nederlander de slingerklok. Christiaan Huygens maakte de tijd daarmee in één klap veel nauwkeuriger meetbaar. Daarna nam Zwitserland het stokje over, en Nederland werd in horlogeland vooral een land van kopers.
Dacht ik. Wie beter kijkt, vindt in een land zonder horloge-industrie, zonder vallei vol toeleveranciers en zonder eeuwenoude manufacturen een handvol makers die op wereldniveau meedoen. Een Fries die het kleinste planetarium ter wereld in een horloge stopte. Twee broers uit Oldenzaal met drie Oscars van de horlogewereld op de plank. En een voormalig IT-consultant die in een werkplaats in Gelderland bijna elk schroefje zelf maakt.
Eerlijk is eerlijk: dit stuk heb ik twee keer gemaakt. Mijn eerste ranglijst was gebaseerd op hoe vaak merken in online lijstjes voorkwamen. Toen ik die methode kritisch bekeek, bleek dat vooral bekendheid te meten, en zaten er gaten in. Ik miste zelfs een van de beste Nederlandse horlogemakers van dit moment. Dus heb ik het opnieuw gedaan, strenger. Dit is de uitkomst.
Eerst: wat is eigenlijk een Nederlands horloge?
Die vraag lijkt simpel. Dat is hij niet. Een horloge met een Nederlandse naam kan in Azië gemaakt zijn. Een merk met een Nederlandse oprichter kan Zwitsers zijn. En een horloge dat volledig in Nederland gebouwd is, bevat bijna altijd een Zwitserse spiraalveer. Daarom heb ik vier niveaus onderscheiden.
Hoe ik heb gekozen en beoordeeld
De kandidaten komen niet uit webshoplijstjes, maar uit onafhankelijke hoeken: de ledenlijst van de AHCI, de winnaars van de GPHG, internationale vakmedia en de deelnemers aan Taste of Time, het enige evenement in Nederland dat volledig om onafhankelijke horlogemerken draait.
Elk merk kreeg op drie punten een score van 1 tot 5, met een vaste meetlat:
| Criterium | 5 punten | 3 punten | 1 punt |
|---|---|---|---|
| Vakmanschap | Eigen uurwerk of eigen complicatie, topafwerking | Gekocht uurwerk, kast of afwerking deels zelf | Standaard, volledig uitbesteed |
| Onafhankelijke erkenning | GPHG-winst of AHCI-lidmaatschap | Structureel in internationale vakmedia | Geen |
| Eigenheid en innovatie | Iets als eerste of enige ter wereld | Herkenbaar eigen concept | Generiek |
Prijs telt bewust níet mee. Een duur horloge is niet slechter omdat het duur is, en een betaalbaar horloge niet beter omdat het betaalbaar is. Daarom rangschik ik apart per budget.
De drie bekendste makers
1. Christiaan van der Klaauw: de sterrenkijker uit Friesland
In 1974 opende Christiaan van der Klaauw zijn eigen atelier. Zijn thema: astronomie, en niets anders. Het merk noemt zichzelf het enige atelier ter wereld dat zich volledig op astronomische horloges richt, en dat is geen loze kreet. In 1999 presenteerde hij het CVDK Planetarium, met volgens het merk het kleinste mechanische planetarium ter wereld. Op een deel van de wijzerplaat draaien Mercurius, Venus, de aarde, Mars, Jupiter en Saturnus in real time om de zon.
Daar bleef het niet bij. De Real Moon-serie heeft een driedimensionale, met de hand gemaakte maan die volgens het merk zo nauwkeurig loopt dat hij maar één dag afwijkt in 11.000 jaar. Ter vergelijking: een gewone maanfase in een horloge loopt vaak al na enkele jaren een dag uit de pas.
De erkenning is er ook. Van der Klaauw werd al in 1989 erelid van de AHCI, in het gezelschap van namen als George Daniels en François-Paul Journe. De oprichter trok zich in 2009 terug en het merk wordt sindsdien door anderen geleid, maar de focus is gebleven. Instappen kan niet goedkoop: de Real Moon Joure kostte bij introductie in 2019 bijna €20.000, het Planetarium zo’n €40.500.
2. Grönefeld: de broers met drie Oscars
Bart en Tim Grönefeld werken in Oldenzaal, in hetzelfde gebouw waar hun grootvader in 1912 begon. Die grootvader en later hun vader onderhielden de klok van de Sint-Plechelmusbasiliek. De broers kregen hun opleiding onder meer bij Audemars Piguet en begonnen in 2008 met hun eigen horloges.
Wat daarna volgde, is in Nederland ongeëvenaard. Drie keer won Grönefeld een GPHG: in 2014 met de Parallax Tourbillon, in 2016 met de 1941 Remontoire als beste herenhorloge en in 2022 met de 1941 Grönograaf (Grönefeld). De Remontoire heeft een mechanisme dat elke acht seconden een extra veertje opwindt, zodat de balans altijd precies dezelfde kracht krijgt. Het gevolg: een gelijkmatige gang, van volle opwinding tot de laatste minuut.
Ook op veilingen doen de broers mee met de wereldtop. Bij Sotheby’s ging in juni 2026 een 1941 Remontoire weg voor $211.200. Een nieuwe Grönefeld begint volgens een indicatieve prijs rond de zestigduizend Zwitserse frank. Voor wie de handtekening zonder dat prijskaartje wil, begonnen de broers in 2024 het tweede merk GRØNE Oldenzaal. Daarover straks meer.
3. Machiel Hulsman: de man die alles zelf maakt
Deze naam ontbrak in mijn eerste versie, en dat was een fout. Machiel Hulsman was consultant voor banken en verzekeraars, tot hij in 2013 zijn baan opzegde, alles investeerde en zichzelf het vak leerde. Na vijfeneenhalf jaar was zijn eerste horloge af, de Marie-Elise. Hij ontwierp, berekende en maakte elk onderdeel met de hand, tot en met de robijnen. Alleen de drijfveer en de spiraalveer kocht hij in (AHCI).
Daarmee is de Marie-Elise het eerste volledig handgemaakte Nederlandse polshorloge. Monochrome noemde hem niet voor niets de Roger Smith van Nederland, naar de Brit die als leerling van George Daniels hetzelfde deed. Alleen had Hulsman geen Daniels die het hem voordeed.
Hulsman staat inmiddels op de ledenpagina van de AHCI en werkt vanuit een nieuwe werkplaats in Heerde. Zijn Tourbillon Solstitium combineert een tourbillon met verspringende uren, retrograde minuten en een gangreserve-aanduiding die verstopt zit in het logo. Er komen er twaalf, voor €138.000 per stuk.
De vernieuwers en de vakmensen
Holthinrichs (Delft) is het meest vernieuwende merk van het land. Architect Michiel Holthinrichs is een pionier in 3D-geprinte metalen horlogekasten, opgebouwd uit poederstaal met een laser. De kasten maakt en werkt hij zelf af; het uurwerk is meestal een Sellita met een eigen rotor. Instappen kan met de Signature Ornament vanaf €3.500 exclusief btw. Wie meer wil: de Ornament Nouveau begint bij €55.000.
Van der Gang (Dokkum) komt uit een onverwachte hoek. Wybe van der Gang runt al sinds 1990 Exakt Fijnmechanika, een bedrijf dat piepkleine onderdelen maakt voor de luchtvaart, de ruimtevaart en de medische wereld, tot en met onderdelen voor netvliesoperaties. Sinds 2008 maakt hij in Dokkum ook uurwerkonderdelen en complicaties. De Vlieger won in 2014 de European Watch of the Year.
De Rijke & Co (bij Rotterdam) bedacht een horloge voor automobilisten. Tijdens een Vespa-rit van 11.000 kilometer kwam Laurens de Rijke op het idee van de Amalfi: een kast die je 90 graden kunt draaien, zodat je de wijzerplaat recht voor je hebt terwijl je handen aan het stuur zitten. Kast en wijzerplaat worden deels in Nederland gemaakt en alles wordt in het eigen atelier afgewerkt en geassembleerd. De Amalfi Series 2 kost €4.595 exclusief btw.
D.M.H. is misschien wel het charmantste verhaal. Fred Dingemans restaureerde de oude machines van zijn vader om zelf kasten en kronen te maken. Er gaan nooit gebruikte vintage uurwerken in, onder meer met een verspringend uur, en geen twee horloges zijn hetzelfde. Vanaf €2.795.
Staudt (Ootmarsum) begon toen musicus Yvo Staudt op zijn 21e zijn eigen horloge maakte. Het eerste productiemodel, de Praeludium, verscheen in 2014. Staudt gebruikt Zwitserse uurwerken die in het eigen atelier worden geassembleerd en gedecoreerd, vanaf zo’n €2.700.
GRØNE Oldenzaal is het tweede merk van de Grönefelds, sinds 2024. Het ontwerp is onmiskenbaar Grönefeld, de uurwerken komen van Sellita en La Joux-Perret. De Manueel One kostte bij lancering €2.150 exclusief btw, een fractie van wat een Grönefeld kost.
De uitslag
De beste per budget
| Budget (instap) | Beste keuze | Instapprijs | Ook goed |
|---|---|---|---|
| Boven €25.000 | Grönefeld | 1941 Remontoire, ca. CHF 62.000 (indicatief) | Machiel Hulsman (€138.000, 2026) |
| €5.000 tot €25.000 | Christiaan van der Klaauw | Real Moon Joure, €19.940 (2019) | Van der Gang |
| €1.000 tot €5.000 | Holthinrichs | €3.500 excl. btw (2024) | De Rijke & Co, D.M.H., Staudt, GRØNE |
| Onder €1.000 | Geen merk dat echt in Nederland wordt gemaakt |
Die laatste regel vond ik de meest onthullende uitkomst van dit onderzoek. Onder de duizend euro zijn er genoeg merken met een Nederlandse naam en een Nederlands ontwerp. Maar een horloge dat in dit land wordt gemaakt of geassembleerd, heb ik in dat segment niet gevonden. Wie voor dat geld een uitstekend mechanisch horloge wil, is eerlijk gezegd beter af bij een van de betaalbare Zwitserse merken.
Nederlands, maar niet hier gemaakt
Een paar namen verdienen een plek in dit verhaal, ook al dingen ze niet mee naar de titel.
Kees Engelbarts is misschien wel de meest onderschatte Nederlander in de horlogerie. Hij werkt al lang in Zwitserland en is een meester in handgravure. Volgens Monochrome was hij de eerste die de Japanse techniek mokume-gane op een wijzerplaat toepaste. Hij maakt zes tot acht horloges per jaar; een uniek tourbillonstuk kostte CHF 120.000. Als hij in Nederland werkte, zou hij hoog in de lijst staan.
Lebois & Co is een Zwitserse merknaam uit 1934, nieuw leven ingeblazen door de Nederlander Tom van Wijlick. De chronografen hebben een uurwerk van La Joux-Perret en beginnen rond €3.075.
Frédérique Constant werd opgericht door het Nederlandse echtpaar Peter en Aletta Stas, maar is een Zwitsers merk en inmiddels eigendom van het Japanse Citizen.
MAAS is het jongste merk in dit rijtje: in 2022 opgericht in Valkenswaard door de broers Aaron, Roland en Alwin Maas. De naam verwijst naar hun achternaam én naar de grootste rivier van het land. Het motto vertelt eerlijk waar het horloge vandaan komt: “Dutch soul, Italian made”. De Aquanova wordt in Italië geassembleerd en draait op een Zwitsers Sellita SW200-1-uurwerk, dat volgens het merk in twee posities wordt afgesteld. Je krijgt een sportief horloge van 40 millimeter met saffierglas, een band die vloeiend overloopt in de kast en 100 meter waterdichtheid, voor rond de $1.950 in de internationale webshop. Het merk noemt zichzelf de nummer één microbrand van Nederland; onafhankelijk bewijs daarvoor vond ik niet. Maar de aanpak spreekt me aan: geen eeuwenoude merknaam om op te leunen, geen erfgoed dat van een ander is gekocht. Gewoon drie broers die het doen.
Prisma is met het oprichtingsjaar 1948 het oudste Nederlandse horlogemerk. In 1955 droegen volgens het merk al 125.000 Nederlanders er een. De horloges worden in Nederland ontworpen, maar in het buitenland gemaakt.
Mijn conclusie
Het beste Nederlandse horlogemerk is Christiaan van der Klaauw, op één punt gevolgd door Grönefeld. Maar de mooiste ontdekking van dit onderzoek is de nummer drie. Machiel Hulsman laat zien dat je in Nederland, zonder Zwitserse vallei vol toeleveranciers, nog steeds een horloge van de grond af kunt opbouwen. Dat heeft sinds Huygens bijna niemand hier meer gedaan.
Wat me verder is bijgebleven: bijna al deze merken zijn begonnen met één persoon en een obsessie. Een musicus van 21. Een architect met een 3D-printer. Een zoon met de machines van zijn vader. Een precisietechnicus die onderdelen voor oogoperaties maakte. Zwitserland heeft de industrie. Nederland heeft de eigenwijsheid. En die blijkt verrassend ver te komen.
Wil je eerst begrijpen wat er in zo’n horloge gebeurt? Dan is mijn uitleg over automatische horloges een goed begin.
Hoe ik dit heb onderzocht
De kandidaten komen uit onafhankelijke bronnen: de AHCI, de GPHG, internationale vakmedia (onder meer Monochrome, Fratello, aBlogtoWatch en Worn & Wound), de Nederlandse vakpers en de deelnemers aan Taste of Time. Alleen merken die grotendeels in Nederland worden gemaakt, zijn gescoord. Elk merk kreeg op drie criteria een score volgens een vaste meetlat; prijs telde niet mee. De uitslag is doorgerekend met vier verschillende wegingen. Prijzen zijn de meest recente die ik vond, met jaartal; ze zijn deels exclusief btw en kunnen inmiddels hoger liggen. Van Van der Gang vond ik geen actuele prijs. Over Fromanteel, Pellikaan Timing, Eysink en R.O.1 vond ik te weinig onafhankelijke informatie om ze eerlijk te beoordelen. Het modesegment viel bewust buiten dit onderzoek. Van sommige claims, zoals het kleinste planetarium ter wereld, zijn de merken zelf de bron; waar dat zo is, staat het in de tekst.